Meg Stuart
Damaged Goods
Jozef Wouters/Decoratelier
Artikels
Interviews
Workshops
MEG STUART - ANNA TERESA DE KEERSMAEKER, London 1998, Berlin 2005, Stuttgart 2006 - Irmela Kästner -(14/07/07) [ Engels ]
DE MORGEN, De extremen raken elkaar - Pieter T'Jonck (06/06/2007)

Choreografen Stuart en Gehmacher samen in het Kaaitheater


De Amerikaanse Meg Stuart werkt ondanks een erg eigentaal vaak samen met andere choreografen en dansers. Met de Oostenrijkse choreograaf Philipp Gehmacher maakte ze Maybe Forever, vanaf morgen in Brussel?

Hoewel de verstilde beelden van Philipp Gehmacher en de koortsdromen van Meg Stuart zeer ver uit elkaar liggen, vinden de twee choreografen elkaar op het podium. ‘Je zult merken dat onze beide geschiedenissen in elkaar overlopen.’

De eerste keer dat Gehmacher en Stuart elkaar ontmoetten, dateert al van 1996.
Gehmacher: “Ik volgde Megs workshop over lichaamsbeelden op Impulstanz inWenen. Ik denk dat zij mij meer inspireerde dan omgekeerd. Vooral haar kwaliteiten als een beweger, hoe ze een thema kon belichamen, wekten mijn belangstelling. Jaren later pas, in januari 2005, sprong bij haar de vonk van belangstelling over door mijn Incubator.

Gehmacher is niet de eerste de beste. Sinds 1999 ontwikkelt hij onverstoorbaar een zeer eigenzinnige, nogal weerbarstige choreografische taal. In zijn werk voert hij steeds weer dezelfde verkrampte, verstilde lichamen op die het moeite enkele schaarse tekens plaatsen op een kale scène. Het zijn zwijgende, in zichzelf besloten, zelfs haast autistische beelden. Net daardoor echter krijgt het minste teken of gebaar, of een schaarse zangstem, een grote emotionele impact. Gehmachers typische, eigen stem werd al snel opgemerkt. Sinds enkele jaren is hij present op zowat alle toonaangevende Europese podia.

Op het eerste gezicht is er geen groter verschil denkbaar dan dat tussen de verstilde, kale beelden van Gehmacher en de geagiteerde koortsdromen van Stuart. Hoe verbind je twee zo verschillende werelden?

Philipp Gehmacher: “Je werk kan heel verschillend ogen, maar toch een diepe verwantschap hebben. Onze samenwerking is daar een typisch voorbeeld van. Meg vertrekt vanuit de toestand waarin iemand zich zowel lichamelijk als mentaal kan bevinden. Daaruit spruiten bewegingsbeelden voort. Haar choreografie is opgebouwd uit dat soort beelden. Ik vertrek meer vanuit het idee van dans als een tekentaal, waarmee je iets kunt communiceren, al is dat een moeizaam proces. Maar we vinden elkaar op een onderliggend niveau. We delen eenzelfde idee over lichamelijkheid en de oorsprong van bewegingen. En er is een zekere affectie, we raken elkaar ook.”

Het stuk is ook een ontmoeting.
Meg Stuart: “En over hoe fascinerend en vreemd die is. Je vraagt je af welke richting ze kan uitgaan, of op welke basis ze kan gebeuren. Daarvoor moet je de geschiedenis van de andere begrijpen. Die dubbele geschiedenis is in deze voorstelling sterk aanwezig. Je zult merken dat onze beide geschiedenissen in elkaar overlopen. Zo scheppen we een situatie die we allebei niet meer herkennen. Het gewone, dagelijkse, wordt plots ongemakkelijks en vreemd omdat we niet meer op onze gewoontes kunnen terugvallen. Maar daardoor zit het stuk ook vol ontdekkingen die we elk afzonderlijk nooit hadden kunnen doen.”

Gehmacher: “We proberen niet om twee soorten dans aan elkaar te lijmen. We zoeken naar een nieuwe esthetica, iets dat de gevoeligheden van twee aparte oeuvres overstijgt.”
Stuart: “De voorstelling is sober uitgevallen, een beetje melancholisch ook. We probeerden tot een situatie te komen waarbij we, zonder invloed van buitenaf, zo dicht mogelijk bij onszelf konden komen. Proberen om te zien wat ons eigen zelf nu eigenlijk voorstelt nog voor de vraag in het geding is hoe je dat dan aan een publiek zou moeten voorstellen. Dat is het punt waar we elkaar in dit stuk ontmoeten. Er zit daarom veel leegte en onzekerheid in het stuk. Het is eigenlijk ook een onmogelijke opgave.”

In 2005 werkten jullie al eens samen in Wenen. Toen toonden jullie het eerste resultaat van jullie gezamenlijke improvisaties aan het publiek. Is improvisatie nog altijd de basis van de voorstelling?
Stuart: “Neen, de voorstelling ligt grotendeels vast nu. Bovendien staan we niet alleen op het podium. De Belgische muzikant Niko Hafkenscheid brengt live zijn liedjes. Die gaan over liefde, verlies en ontmoetingen. Liedjes hebben een grote kracht: ze kunnen een situatie heel krachtig samenvatten. Ze bieden een terugblik op het verleden, net zoals foto’s dat doen. Maar met terugblikken gaat ook altijd een zeker verlies gepaard. Dingen gaan desondanks ook altijd onherroepelijk verloren. Die melancholie zit zeker in het stuk.”

© Damaged Goods — info@damagedgoods.be — +32 (0)2.513.25.40