Meg Stuart
Damaged Goods
Jozef Wouters/Decoratelier
Artikels
Interviews
Workshops
De Morgen, ‘Het zijn goede tijden om elkaar nodig te hebben' - Frederik Willem Daem (27.01.17)

‘Het zijn goede tijden om elkaar nodig te hebben'

Frederik Willem Daem, De Morgen, 27.01.17

Voor zijn eerste gesprek in de reeks ‘Talk To Me’ wilde Frederik Willem Daem naar het kersverse Decoratelier van scenograaf Jozef Wouters, in wiens woorden de schrijver zichzelf herkent. Daar waar alles nog moet gebeuren, dwalen ze samen door wat is, wat verlangd wordt en wat komen kan.

Aan het kanaal Brussel-Charleroi is er ter hoogte van de Ninoofsepoort een kleine hefbrug. Dat ze heft, valt me voor het eerst op, nu ik er voor haar gesloten slagboom sta en ik water zie, waar voordien weg was. Het doet mij denken aan iets wat Leuvens scenograaf Jozef Wouters ooit schreef in het tweede nummer van Oogst magazine. Hij had het over hoe elke constructie een verlangen uitdrukt, over een felgekleurd betongewicht dat wél en ook géén last wilde zijn. Deze hefbrug heeft het verlangen wel en niet weg te zijn.

Om eerlijk te zijn heb ik in dit deel van de stad meestal niets te zoeken. De Brusselse kanaalzone wordt veelal gekenmerkt door industrie en is een gebied dat ik noodgedwongen kruis maar waar ik zelden (bij) stilsta. Aan de kant van Molenbeek en Anderlecht blijken de meeste oude fabriekspanden ingepalmd te zijn door autohandelaars. Van een daarvan, een fabriek in de Liverpoolstraat die in cilinderkoppen deed, heeft Jozef Wouters sinds een maand zijn Decoratelier gemaakt. Het is gelegen tegenover een staaldepot waarop in grote letters de naam Jean Wauters staat. Jozef lacht als ik het voorbestemd noem omdat hij zonder twijfel al eens hetzelfde heeft gedacht.

“Er is eigenlijk nog niet echt iets te zien”, waarschuwt hij me vooraleer hij aan de rondleiding begint. “Maar misschien is het net daarom het beste moment om over mijn werk te praten. De ruimte bevindt zich in onzekere staat. Ik hou van dat punt waarop alles nog bepaald moet worden.”

Tijd nemen om te poetsen

Uit de inrichting van het ruime pand valt inderdaad nog niet af te leiden dat Jozef er zijn intrek heeft genomen. Op het gelijkvloers is er een werkplaats waar gezaagd en getimmerd kan worden, verder zijn de muren een rustgevend mintgroene kleur en is er een oude prikklok, beide restanten van de fabriek.

“Je ziet het niet maar sinds Kerstmis zijn we hier onophoudelijk in de weer geweest. Dag in dag uit stond ik hier te vegen. Op de grond lag zonder te overdrijven een centimeter stof. Poetsen is altijd een goed begin. Het doet je de tijd nemen om, meter per meter, de ruimte vanbuiten te leren en zo geleidelijk aan de verlangens bloot te leggen die je op die ruimte projecteert.”

Binnen is het momenteel even koud als buiten. Een graad of twee. Het eerste waar dus echt nood aan leek te zijn was het klein verwarmd kantoor (het heeft wat weg van een werfcontainer) waar we onszelf opwarmen bij een kop koffie. Ik kijk naar de muren waarop telkens een ander project wordt uitgewerkt. Van links naar rechts lees ik: Bellinck – Atelier III – Ruhr. Intussen hoor ik Jozef op de achtergrond aan Menno Vandevelde, de ingenieur waar hij al jaren mee samenwerkt, vragen of er zoiets als stijl bestaat wat betreft werkkledij en ook wat de beste manier wordt om de rest van het atelier te verwarmen. Het ene onderwerp al wat dringender dan het andere.

‘Eind maart zal Atelier III hier in première gaan, een voorstelling die ik met choreografe Meg Stuart en schrijver Jeroen Peeters maak. Daarvoor heb ik carte blanche gekregen om deze ruimte om te bouwen terwijl het gezelschap in een dansstudio repeteert. Een paar weken voor de première komen de dansers naar hier en maken we samen de voorstelling.”

Het is hoe hij de komende jaren grotendeels te werk zal gaan. Vijf jaar lang zal Jozef en zijn Decoratelier artist in residence zijn bij Damaged Goods, het dansgezelschap van Stuart, en als autonoom scenograaf tal van samenwerkingen aangaan met verschillende makers in verschillende contexten. Als hij me toont waar hij momenteel aan bezig is, word ik verplicht mijn verbeelding te gebruiken. Zes zwarte pilaren moeten muren suggereren, op de betonnen vloer is een plattegrond getapet. Voorlopig lijkt het te zijn weggelopen uit een Dogma-film van Lars von Trier.

“Het is een café aan het worden. We zijn vertrokken van de American Bar in Wenen. Een dertig vierkante meter grote bar die begin twintigste eeuw ontworpen is door architect Alfred Loos en waar de toenmalige culturele elite samenkwam. Al bouwende probeer ik te begrijpen waarom we dit aan het bouwen zijn. In deze buurt is dat café immers totaal misplaatst. Misschien net daarom. Met Meg spreek ik vaak over scenografie als een collectieve verbeelding. Een gedeelde fictie waar toeschouwers en performers samen in kunnen geloven. Als je erover nadenkt, is een café niet anders. Cafés zijn collectieve ficties. Cafés zijn scenografie.”

Baksteen

Wanneer Jozef dergelijke stellingen poneert, dan doet hij dat eerder aftastend. Hij wikt en weegt zijn woorden en lijkt zo voortdurend op zoek naar tijdelijke waarheden. “Spreken is niet anders dan bouwen. Zoals de drie biggetjes uit het sprookje achtereenvolgens bouwen stro, hout en steen zoek ik met woorden stap voor stap naar stabiliteit in het denken. Ik spreek zoals ik ruimte ontwerp. Je plaatst een voorstel, of maquette, in het midden van een groep zodat er zodat er over gesproken kan worden. Maquettes zijn zowel droom als realiteit. Het zijn bruggen die verbeelding zichtbaar maken. Goede scenografie slaagt er in om altijd een maquette te blijven. Dat wil zeggen: goede scenografie is zowel droom als werkelijkheid. Dit café is daar een goed voorbeeld van: het zweeft tussen plan en realiteit.”

Hoe het uiteindelijke resultaat er zal uitzien, is bijgevolg niet enkel afhankelijk van Jozef maar onderhevig aan iedereen die ertoe bijdraagt.

“Ik koester het feit dat ik samenwerking nodig heb in mijn werk. Het zijn goede tijden om elkaar nodig te hebben. Naast het project met Meg werk ik momenteel ook samen met Thomas Bellinck, Freek Vielen en Benny Claessens. Telkens opnieuw ben ik oneindig benieuwd naar hoe mijn handen bewegen onder invloed van anderen. Daar noem ik deze plek ook Decoratelier en niet mijn atelier.”

Jozef wouters raapt een stuk baksteen op en steekt het in zijn zak

“Het mooie aan deze lege plek is misschien wel haar vermogen om ruimte te geven aan de onbestemde verlangens van al die mensen die hier langs zullen komen.”

Meg Stuart en Jozef Wouters dromen van nieuwe kunstruimtes - Charlotte De Somviele (30/03/2017)

© Damaged Goods — info@damagedgoods.be — +32 (0)2.513.25.40