Meg Stuart
Damaged Goods
Jozef Wouters/Decoratelier
Artikels
Interviews
Workshops
DE MORGEN, Een bevrijdende mislukking - Pieter Tjonck (04/10/2012)

Meg Stuart laat muziek, dans en tekst clashen in ‘Built to Last’
De Amerikaanse choreografe Meg Stuart lijkt met haar nieuwe werk ‘Built to last’ nieuwe wegen in te slaan. Nooit eerder bouwde ze een stuk rond bestaande muziek. Dit keer draait alles echter rond monumentale, klassieke composities, bedoeld om te blijven, de eeuwen te trotseren. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan.

‘Built to last’ kwam tot stand op uitnodiging van Johan Simons als huidige intendant van de Münchner Kammerspiele. Dat merk je aan de cast. Die bestaat uit performer Davis Freeman (broer van Stuart) en dansers Anja Müller, Dragana Bulut en Maria Scaroni. Die koos Stuart zelf uit. Daarnaast deden aanvankelijk ook twee steracteurs van de Kammerspiele zelf mee: Kristof van Boven en Lena Lauzemis. Lauzemis viel uit door kwetsuren, maar Van Boven claimt hier zijn plek alsof hij zijn hele leven niets anders deed dan dansen.

Van Boven formuleert een half uur voor het einde van dit ruim 2 u lange ook bedenkingen die het hart van deze voorstelling raken. Ze zijn geïnspireerd door een essay van Bart Verschaffel over het monumentale. Mensen, zo betoogt hij, richten monumenten op om iets of iemand te herdenken. Die eerste betekenis slijt in de loop der tijden echter onherroepelijk weg. Wat blijft is een stenen object, dat door zijn onverzettelijkheid een referentiepunt wordt in een wereld die voortdurend verandert. Monumenten kristalliseren de tijd. Ze zijn het absolute tegendeel van beweging en leven.
Maar geldt dat ook voor ‘monumentale’ muziek? Muziekdramaturg Alain Franco bracht zo’n muziekmonumenten bij elkaar. Hij begint bij oude muziek van Perotinus, springt naar de Eroica van Beethoven of de late romantiek van Dvorak’s ‘Nieuwe wereld’ en komt uit bij hedendaagse werken als de ‘Hymnen’ van Stockhausen of ‘Astronaut Anthem’ van Meredith Monk. Hij speelt die echter niet in historische volgorde af, maar creëert er sterke contrasten mee. De ene keer hoor je muziek die iets wil verheerlijken (Beethoven), de andere keer ontrafelt de muziek dat verheerlijkend élan (Stockhausen). Zo ontstaat een verbijsterende muzikale roetsjbaan. De betekenis van de muziek wordt steeds onbestendiger. Naar het einde toe worden bovendien opnames gemanipuleerd en uitgerekt. Afsluiters Gérard Grisey en Arnold Schoenberg zijn zo nog nauwelijks te herkennen.

Impulsief

De manier waarop de dansers met die muziek aan de slag gaan haalt de betekenis ervan nog meer onderuit. Alle uitersten worden opgezocht. De ‘nieuwe wereld’ van Dvorak ‘ondersteunen’ ze bijvoorbeeld met strak geregisseerde gebaren die minder op dans dan op seinzwaaien lijken. Ze voeren die actie ruggelings op de grond uit, wat ze des te absurder maakt. Aan de andere kant is er hun interpretatie van de eerste beweging van de 3e symphonie van Beethoven. Daarop gaan de performers helemaal loos. Als het met iets te vergelijken valt, dan misschien wel de impulsieve reacties van kinderen op opwindende, luide muziek. Halsbrekende toeren en keiharde landingen volgen elkaar op. Ergens daartussen heb je echter ook ‘echte dans’, zoals een betoverende interpretatie van Yvonne Rainers ‘Trio in A’ door Maria Scaroni.

Alsof die clash tussen muziek, beweging en tekst nog niet volstond gooit scenografe Doris Dziersk daar nog eens een karrevracht beelden bovenop. Een bizar, vaak bewegingsloos planetarium dat boven het podium hangt, een mansgrote kijkkast, bizarre maskers, lachwekkende kostuums, zinloze attributen als een dorsvlegel of een vlindernetje, en zelfs een levensgroot triplex model van een dinosaurus. Je kan daar allerlei verklaringen bij verzinnen maar geen ervan houdt lang stand door de onvoorspelbare loop der dingen. Alles blijft hier in beweging, niets kristalliseert.

‘Bewegen drukt het verlangen uit om contact te leggen, maar ook het falen van communicatie’

‘Built to last’ is op die manier soms extreem irritant, als een grap zonder pointe, een verhaal dat nergens toe leidt. De lange duur van het stuk blijkt hier echter een voordeel: de enorme ‘drive’ van de performers brengt je gaandeweg in een bevrijdende stemming. Het is overduidelijk dat hier geen eenduidig verhaal zal ontstaan. Je zal nooit begrijpen wat de performers hier allemaal willen vertellen over of met de muziek. In die zin ‘mislukt’ het stuk totaal. Het wordt geen ‘monument’ dat de tijd vastspijkert. Maar die mislukking deel je als toeschouwer wel met de performers.

‘Built to last’ gaat, in laatste instantie, over niet kunnen communiceren, maar toch blijven proberen. Daarin herken je plots weer de hand van Meg Stuart. ‘Bewegen drukt voor mij het verlangen uit om contact te leggen, maar bewegen drukt zo als vanzelf ook het falen van communicatie uit’ merkt ze in het programmablad op. Het verbindt ‘Built to last’ met vroegere werken als ‘Forgeries’, ‘Blessed’ of ‘Maybe forever’. Al val je hier dan wel van de ene verbazing in de andere.

4 sterren

Kaaitheater 4-6 oktober, Stuk Leuven 11 oktober 2012

DE STANDAARD, De macht van de mislukking - Sarah Vankersschaever (08/10/2012
FOCUS KNACK, Meg Stuart in Wonderland - Els Van Steenberghe (10/10/12)
ETCETERA, Muziek vormt altijd een potentieel gevaar - Jeroen Versteele (09/12)
THALO MAGAZINE, Moving the viewer - Alena Giesche (06/03/2012) [ Engels ]
THE NEW YORK TIMES, Forget about a Paper Moon: This Swan’s Cardboard - Claudia La Rocco (14/01/2012) [ Engels ]

© Damaged Goods — info@damagedgoods.be — +32 (0)2.513.25.40