Meg Stuart
Damaged Goods
Jozef Wouters/Decoratelier
Artikels
Interviews
Workshops
TIP BERLIN, Schetsboek in beweging - Dorion Weickmann (02/13)
BERLINER ZEITUNG, Es steht ein Saurier auf der Bühne - Michaela Schlagenwerth (12/01/13) [ Duits ]
WIENER ZEITUNG, Symphonie der Emotionen - Helene Binder (25/07/2013) [ Duits ]
HET THEATERFESTIVAL, Juryrapport - (30/05/13)
COBRA, the fault lines - Eline Van de Voorde (24/02/2013)
FRIEZE, Dans beweegt - Astrid Kaminski (04/13)

Een „laboratorium van gemengde gevoelens“
De buitengewone wereld van Meg Stuarts dansstukken

Een kleine, taaie verschijning, getooid in een zware avondjurk bestaande uit gedrapeerde gewatteerde dekens, de mond geklemd in een grimas, met aan elke voet twee zakken met bakstenen alsof ze zou wegzakken. Een beeld dat pijn doet. Ook als het geen verhaal vertelt - geen tragedie, niet eens een schreeuw. Neergezet in dit ogenschijnlijk statische beeld sleept danseres en choreografe Meg Stuart zich in haar jongste voorstelling Sketches/Notebook (2013) diagonaal door de ruimte. Aan de andere kant van de ruimte laat ze zich door kostuumontwerpster Claudia Hill, die Stuart overigens voordien had aangekleed, weer tot op de dunne naakte huid ontbloten.

Designers worden net zoals live-muzikanten vaak performers op het podium van Meg Stuart. Het volledige eerste deel van Sketches/Notebook is gewijd aan Claudia Hill. Elke keer opnieuw maakt ze de dansers klaar voor een korte fotoshoot om vervolgens alle rekwisieten zorgvuldig aan het kledingrekje terug op te hangen.
Het zijn handelingen zonder gevolgen: antiprocessen zoals fastfood eten, sollicitatiebrieven schrijven en shoppen zonder succes. In BLESSED (Première 2007 in de Berlijnse Volksbühne) was het dan weer designer Jean-Paul Lespagnard die de danser Francisco Camacho (doorweekt door de kunstmatige regen, net zoals de rekwisieten: een kartonnen palmboom en een zwaan) met strandlaken en dodenmasker uitrustte. Het is onduidelijk of het een paradijs voorstelt of een door tyfus geteisterd moeras. De stilistische keuzes werden tenminste gemaakt.

Wanneer we Stuart vragen of haar neiging om het toneel tot een omkleedruimte te maken naar een verdoken Marie-Antoinette-gen verwijst, antwoordt ze: „Helemaal niet!“ In plaats daarvan licht ze haar behoefte aan ontwerpers toe: “Individuen zijn onvolledig”. Zelf is Meg Stuart ongeschminkt, draagt een bruine vintagetrui en ligt haar blonde haar in de war.

De laatste twee jaren waren rusteloos, maar uitermate productief met uiteenlopende stukken als VIOLET (première in PACT Zollverein, Essen, 2011)– een uitspatting – , Built to Last (Première in de Kammerspiele München, 2012) – een loterij der eeuwigheid – en Sketches/Notebook (première in HAU Hebbel am Ufer, Berlijn, 2013) – een choreografisch dagboek. Damaged Goods, opgericht in 1994, bevindt zich net zoals voorheen in Brussel. Zelf woont Stuart echter in Berlijn. Bij de Münchner Kammerspiele heeft ze sinds twee jaren een project-gebaseerde residentie. Een verdere samenwerking met Annemie Vanackere ligt in het verschiet. Zij is de nieuwe intendant van het Berlijnse HAU Hebbel am Ufer. Na samenwerkingen met Schauspielhaus Zürich en de Berlijnse Volksbühne is dit een volgende, zij het losse, associatie met een theaterhuis.

Geen enkele Europese choreografe voor hedendaagse dans doet dit haar snel na. Het is uiterst zeldzaam een residentie in de wacht te slepen bij theaterhuizen die geen eigen dansdepartement hebben. Óf je moet Meg Stuart heten. Een bekend gelijkaardig experiment was dat van Thomas Ostermeier en Sasha Waltz aan de Berlijnse Schaubühne. Dit strandde echter na vijf jaar wegens financiële redenen. Naar eigen zeggen is Stuarts carrière organisch gegroeid en was die niet noodzakelijk zorgvuldig gepland. Misschien maakt net dat deel uit van haar geheim.

Sketches/Notebook is het veelbelovende begin van Stuarts samenwerking met het Berlijnse HAU Hebbel am Ufer. Het licht in de ruimte lijkt gefilterd te zijn door celluloid. Dit komt wel vaker voor in Stuarts stukken. Ook de hierboven vermelde dekendame is niet onbekend. Men kon haar reeds zien in de performance-tentoonstelling Moments (2012) in ZKM in Karlsruhe onder de werktitel Blanket Lady. Deze dame lijkt op een clochard-koningin weggelopen uit een Samuel Beckett-boek. Ze brengt iets van de grondstemming van vele Stuart-stukken tot uitdrukking: het feest is eigenlijk altijd al achter de rug, hoewel het zelfs in Visitors Only (2003) letterlijk nog volop aan de gang is. Men vindt in vele stukken een zachte gloed terug, maar voor de rest ook doel- en zinloosheid waarbij slaapwandelend en slaafs het toeval gevolgd wordt. In een gesprek in 2008 met videokunstenares Catherine Sullivan licht ze toe: “Er is niets wat me meer boeit dan iemand die op een podium een onmogelijke taak tracht uit te voeren.” Even later: “Pas twee jaar geleden viel me op dat mijn performers doorheen de jaren een perverse vorm van slapstick geproduceerd hebben.”

Stuarts performers zijn meer omhulsels en sensoralia als karakters.

Weliswaar vinden we ook meer psychologische figuren terug bij Meg Stuart, in stukken als Maybe Forever (premiere 2007) of BLESSED die ook concrete relationele kwesties aanroeren. In Sketches/Notebook zijn de performers echter meer omhulsels en sensoralia dan karakters. Het zijn somatische lichamen die beven, tics vertonen, grimassen trekken, in een draaikolk belanden en verward raken. Ze zijn niet gebonden aan een specifieke ziel. Ze zijn traumatische droomdansers, vrij van pathos en gevangen in een vegetatief vlechtwerk van bewegingen. Het “lege lichaam” is net zoals de studie van trancetoestanden een belangrijk artistiek middel voor Meg Stuart. Dit vormt het uitgangspunt voor de visie op het lichaam als “een container” en als “een laboratorium voor emoties”. Dit verklaart misschien ook het contemplatieve en zelfs meditatieve karakter van haar werken, ondanks agressieve muziek en abrupte scènewissels. Het betekent weliswaar niet dat je Stuarts stukken als ‘ontspanning’ in de klassieke zin van het woord kan beleven. Haar stukken hebben iets weg van ‘Mulholland Drive’ van David Lynch. Het is een continue nervositeit die zo lang duurt dat ze een eigen leven is gaan leiden en absoluut is geworden.

Ook Meg Stuarts werk zelf is een soort container. Het staat open voor invloeden uit bijna alle kunstvormen. In haar New York-periode tijdens de jaren ‘80 en vroege jaren ‘90 woonde ze in SoHo en bezocht dagelijks meerdere galeries. De studie van beeldcomposities heeft haar gevoel voor de choreografische ruimte-indeling sterk beïnvloed. Dit leidde tot talrijke samenwerkingen met beeldende kunstenaars en filmmakers als daar zijn Gary Hill, Ann Hamilton en Pierre Coulibeuf. De kunstwetenschapper Annamira Jochim die Stuarts werk over de jaren heen heeft geanalyseerd, draait deze relatie om. Ze zoekt in haar boek Bild in Bewegung und Choreographie (2008) naar aspecten om het begrip performativiteit uit te breiden. Voor deze benadering leveren bovenal de verschillende kijkrichtingen in ruimtelijk gefragmenteerde choreografieën als Highway 101 (première 2000) of Visitors Only bewijsmateriaal. De esthetiek en opbouw van de Sketches/Notebook-setting waarin het publiek gedeeltelijk op een ramp plaatsneemt, ondersteunt de benadering in Annamira Jochims onderzoek.

Toch kan je Meg Stuarts formats moeilijk vastpinnen. De „pure“ dans van VIOLET in 2011 wordt gevolgd door het stuk Built to Last. Dit absurde theaterballet wordt gedanst door acteurs onder brullende luidsprekers die vervormde klassieke muziek van Beethoven tot en met Stockhausen uitspuwen. Dit is tamelijk ongewoon voor de choreografe die anders voor livemuziek kiest. Verrassend was ook het bijna morele perspectief op de mens als wezen, dat in het licht van de monumentaliteit van zijn culturele producten, beestachtig lijkt te zijn. Het stuk heeft bovendien met zijn tot in de puntjes uitgewerkte choreografie en dramaturgie gegarandeerd sommige fans voor het hoofd gestoten, andere dan weer bevrijd. Dat moet het publiek dulden. Per slot van rekening laat Stuart allerminst conceptuele statements haar speelruimte beperken. Zichzelf uitleveren aan het proces is dé constante doorheen haar gevarieerde werken. En daarbij maakt het niet uit of ze een workshop leidt met een New Yorkse heks in Stolzenhagen - de zomerse toevlucht voor de Berlijnse dansscène - of haar performers op ramkoers zet met zwevende planeten. Misschien heeft haar eerste rol als zesjarige veel invloed op haar uitgeoefend. Ze komt uit een Amerikaanse theaterfamilie – haar moeder en vader zijn regisseurs, haar grootvader een minstreel – en sprong in als „substitute diminished witch“ in The Wizard of Oz. De reden? Het andere meisje was bang geworden voor haar rol.

Astrid Kaminski leeft in Berlijn. Ze schrijft over literatuur, dans, performance en sociaal politieke thema’s voor kranten en tijdschriften.

Vertaling: Damaged Goods

UTOPIA PARKWAY, Kaleidoscopic sketchbook from outer space - Hans-Maarten Post (09/12/2013) [ Engels ]

© Damaged Goods — info@damagedgoods.be — +32 (0)2.513.25.40